Gerie Fijen 40 jaar vrijwillig molenaar in Weert

Image

Vrijwilligers zijn de smeerolie van onze samenleving. Veel verenigingen, instellingen en organisaties zouden niet kunnen voortbestaan of hun werk doen, zonder de inzet van talloze vrijwilligers. Ook in Weert zetten zich dagelijks honderden vrijwilligers voor de medemensen en voor de samenleving in.  Óók voor het behoud van ons culturele erfgoed zoals molens. Een van hen is Gerie Fijen, op 6 oktober 2013 (Limburgse Molendag) op de kop af 40 jaar vrijwillig molenaar op de Sint Annamolen aan de Keenterstraat 1a. Een robijnen jubileum en dus een vrijwillig dienstverband om even bij stil te staan.

Op de meelzolder van de Sint Annamolen in Weert-Keent ligt een dik oud, wat vergeeld, plakboek. Geopend op een pagina met daarop geplakt een brief van de gemeente Weert uit september 1973.  In de brief vraagt het toenmalig  Weerter stadsbestuur aan Gerie Fijen om als vrijwillig molenaar op 6 oktober 1973 de net gerestaureerde Sint Annamolen te bedienen.  Molenaar Gerie, die op 9 oktober a.s. 80 jaar wordt, wijst op de brief. “Dat was het officiële begin van mijn loopbaan als molenaar op de Sint Annamolen hier op Keent. Ik werd toen door de gemeente nog officieel als stadsmolenaar betiteld”, constateert hij met terechte trots.

Zoals veel kinderen had ook de nog jonge Gerie Fijen wat met molens. In Nederweert, waar hij is geboren en zijn hele leven heeft gewoond, nam Gerie als peuter en kleuter elke gelegenheid ten baat om samen met zijn ouders, of met oma Fijen, naar de houten achtkantmolen van Boeket  te gaan kijken. Deze Sint Sebastianusmolen dateerde uit 1916 en is helaas tussen 1951 en 1976 in fases gesloopt. Gerie vertelt: “ Oma Fijen tilde me, als we langs de molen liepen, altijd op zodat ik over de ligusterhaag de molen kon bekijken.”

De belangstelling voor molens raakte ook bij de opgroeiende Fijen in een dip.  School, leren voor je beroep, meisjes, een carrière opbouwen en een gezin stichten kregen voorrang.  “Ik keek altijd wel met plezier naar molens maar nooit voelde ik behoefte om met die algemene belangstelling wat meer te doen”, herinnert hij zich. “Bovendien was het fenomeen vrijwillige molenaar in die jaren nog nauwelijks bekend. Molens hadden een vaste molenaar.  En als die er, door wat voor oorzaak dan ook,  mee was gestopt, stonden de molens stil. Je wist gewoon niet beter.”

Dat Gerie ergens in 1968 of 1969 toch opnieuw door het molenvirus werd getroffen, was dan ook toeval. Moe van zijn drukke dagelijkse baan op het boekhoudkantoor thuis, gunde Gerie zichzelf een dagje vrijaf. Tegenwoordig zou men dat een baaldag noemen.  Bij het bezoek aan een boekhandel in Maastricht viel het oog van Fijen op een molenboek.  “Ik raakte met de boekhandelaar aan de praat over molens.  Hij gaf me het advies met Dik Los uit Amby contact te zoeken.  Dezelfde avond nog heb ik Dik gebeld. Hij volgde bij Arnold Voet op molen De Raaf in Ravenstein de opleiding tot molenaar en nodigde me uit eens met hem mee te rijden om eens zo’n les bij te wonen. Nauwelijks een week later reed ik al op zaterdagmorgen mee richting Ravenstein. “

Image

Gerie Fijen bleek wat het bedienen van de molens betrof, een natuurtalent te zijn. Al ging zijn belangstelling vooral uit naar de praktijk. De theorie van het weer en de techniek van de molens boeiden hem duidelijk minder.  Het organiseren zat Gerie wel weer in het bloed. Al vlug groeide bij hem het plan om in Limburg een eigen molenaarsopleiding te beginnen. Lei van de Winkel van de Sint Jan in Stramproy was, na bemiddeling van molenliefhebber en toenmalig burgemeester van Stramproy Cees van Berkel,  bereid om Fijen c.s. de kneepjes van het molenaarsvak verder bij te brengen.  .  “We hadden het in Stramproy zo naar ons zin dat niemand er ook maar over dacht om op examen te gaan. We hebben zeker vijf, zes jaar bij Lei van Winkel gedraaid. Eens in de paar weken bogen we ons, samen met de technicus van de groep,  Jan van Woezik uit Helenaveen, over wat theorie en verder draaiden we vooral gezellig samen in Stramproy en op andere molens. Ook Anton Fransen uit Neerkant, die later op De Volksvriend in Liessel ging draaien, was van de partij. Tussendoor werd ook de basis voor een eigen Limburgse afdeling van het Gilde van Vrijwillige Molenaars gelegd. Ook daarbij was Gerie Fijen kartrekker en eerste voorzitter.

Fijen kwam toen al regelmatig op de Wilhelmus Hubertusmolen aan de Weerter stadsbrug en in 1973 kreeg hij van de gemeente Weert zijn ‘aanstelling’ als stadsmolenaar op de Sint Annamolen van Keent.  De Keenter Annamolen was al die jaren ook al eigendom van de gemeente Weert en was net gerestaureerd. Veel interesse voor de molen toonde het Weerter stadsbestuur, vooral in die beginjaren, niet. “Maar als er iets moest gebeuren, kon ik wel altijd bij de gemeente aankloppen en bij Adriaens Molenbouw Weert voor technische hulp terecht. Ik had het al die jaren op de molen dan ook prima naar mijn zin; kon mijn eigen gangetje gaan.  Soms was het wel wat stil, dat wel. Af en toe kwam er een landbouwer met wat veldvruchten om te laten malen. Aanloop van bezoekers, dagjesmensen en toeristen, had je toen niet. Dan was het bij de buurman, in het vroegere magazijn van de molen, heel wat drukker. Daar hadden de getuigen van Jehova jarenlang hun Koninkrijk zaal. Dus ik moest op de molen vooral veel mensen de weg naar het ‘Licht en de Boodschap ‘ wijzen. “

Tussen 2009 en 2011 werd de Sint Annamolen opnieuw in opdracht van de gemeente Weert gerestaureerd en nam Molenstichting Weerterland, Fijen stond samen met Frits Weerts en Thieu Vossen ook aan de wieg van die Weerter molenstichting, het dagelijks beheer over de 4 gemeentelijke windmolens van Weert (Keent, Tungelroy en 2 molens in Stramproy)over. De Weerter molenstichting zorgde voor nieuw molenelan. Voor het eerst in jaren werden nieuwe molenaars opgeleid en aangesteld en er werden activiteiten in en bij de molens georganiseerd. Ook Gerie Fijen kreeg een collega-molenaar op de Annamolen: Nuël van den Hurck.

De molenaar in zijn element  “Ik vind dat heel erg fijn” zegt de jubilaris over de vele nieuwe initiatieven voor de molens in Weert. “Hierdoor is de continuïteit op de molen nu verzekerd. En ik merk dat de Molenstichting de zaakjes voortvarend aanpakt. Zo is de molenbiotoop  van de Keenter molen flink verbeterd, de omgeving van de molen werd opgeknapt, er is tegenover de molen een picknickplaats aangelegd en er kwam een keukentje en een toilet in de molen zelf. En niet te vergeten het camerasysteem waardoor ook mensen die slecht ter been zijn of die hoogtevrees hebben, toch de molen op beeldschermen kunnen bekijken. En waar ik vroeger altijd vrijwel alleen in de molen was, komt er nu iedere week volk over de vloer. De molens leven weer, staan in de belangstelling en we zetten er allemaal samen de schouders onder.”

Terugkijkend op 40 jaar molenvrijwilliger noemt Gerie het molenaarschap  ‘een prachtige uitlaatklep en een prettig en gezond tijdverdrijf.’ Een wens heeft hij nog: “ Ik hoop dat mijn gezondheid me toestaat dit vrijwilligerswerk nog jaren met veel plezier te blijven doen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s